Ik doe zo nu en dan wat freelance werk voor een lokale krant waar Paul werkt. Vandaag stond er een foto van een schaapsherder op het programma. Paul was uiteraard goed voorbereid en had een telefoonnummer gekregen. Helaas werd het niet opgenomen. Ik was ook uitermate goed voorbereid, ik was immers wakker. We wisten dat de herder rondhing in de Herperduinen in de buurt van het ‘Ganzeven‘ . “Hoe moeilijk kan het zijn”, dachten we en we zijn gaan rijden. We parkeerden de auto op ‘de bosweg’ en gingen een stukje lopen. Daar begon het avontuur…
Nadat we ongeveer 25 meter de bossen in zijn gelopen besluiten we, logischerwijs, om van het pad af te gaan en een stukje af te snijden door de bossen. We gaan een hekje door en beginnen door de bossen te lopen over heuveltjes, zandpaadjes en andere bosachtige tafereeltjes.
Ik ben al her en der te struikelen en weg te zakken in het losse zand, want ik heb gewoon mijn normale schoenen aan. Mijn broek is ook wat aan de lange kant, dus die begint ook aardig vies te worden. Zo lopen we ongeveer tien minuten, totdat we aankomen bij een verharde weg. Ik wil rechts, Paul wil links en eigenlijk weten we het allebei niet. Op dit punt begin ik opeens wat na te denken en haal ik mijn blackberry tevoorschijn. Googlemaps erbij, en gaan met die banaan. Dankzij een uiterst nauwkeurige GPS-locatie (u bevindt zich binnen 5000 meter van de aangeduide positie) weten we de eerstvolgende 10 minuten nog niks.
We besluiten gewoon een stukje rechtdoor te lopen, in afwachting van een GPS locatie. Als we deze eenmaal hebben blijkt dat we aardig in de goede richting aan het lopen zijn. We lopen een stukje door richting onze eindbestemming en komen tot de conclusie dat het pad waar we op dat moment op zitten ons niet gaat brengen naar onze gewenste eindbestemming. Aangezien we nu als een stel echte padvinders niet meer kunnen verdwalen dankzij mijn GoogleMaps app besluiten we gewoon weer als een stel bikkels een stuk door de bossen af te snijden. We vinden een oud pad, waar allerlei boomstammen overheen zijn gelegd alsof het een soort van hindernissen moeten zijn.
We trotseren de eerste vier hindernissen als echte professionele jungle-dudes. Dit hield echter op bij het vijfde hindernis, dit was namelijk anderhalve meter hoog. Hier begint ons avontuur meer te lijken op een slechte parodie van een avonturen film. We gaan van het pad af, dwars door de begroeiing en weten te ontsnappen aan het doodlopende pad dat eigenlijk geen pad was. Ik denk de hele tijd maar één ding: “Op zich is dit best leuk, ware het niet dat ik vandaag geen kisten draag.”
Mijn telefoon beweert ondertussen dat we in de buurt van het Ganzeven komen en heeft gelijk; Ik zie schapen, inclusief herder. Wat er hierop volgde is het beste te omschrijven als de scene uit Lord of the Rings waar Gimli, Legolas en Aragorn de Orcs achtervolgen om de twee hobbits terug te krijgen. De orcs zijn heel snel, maar de drie helden rennen drie dagen aan eeen stuk en weten ze toch in te halen. Alleen Gimli heeft problemen met het hoge tempo en wordt geconfronteerd met zijn slechte conditie. In ons verhaal waren er geen Legolas en Aragorn, alleen twee Gimli’s.
De schapen, en herder, lijken precies van ons weg te lopen en dit ook nog eens met een behoorlijk tempo. Na 10 minuten ploeteren door schapen keutels, struikjes, hei, blubber en andere onverklaarbare ‘massa’s zijn we bij de herder. Helaas is het 11.30uur, blijkbaar het tijdstip waarop de herder (die een zij blijkt te zijn), de schaapjes in een omheining opsluit voor twee uurtjes pauze.
Op dit moment besluiten de weergoden ook nog een duit in het spreekwoordelijke zakje te doen. In al hun wijsheden besluiten ze om al het water dat ze twee weken lang hebben gespaard in één keer naar beneden te gooien. Bovenop het Ganzeven, waar wij staan, in onze zomerjasjes. Daarbij heb ik mijn camera ook nog bij, die meer kost dan een aantal maandloontjes bij elkaar.
De herder is voorbereid en tovert een regenjas tevoorschijn. Ze kiest ook nog een schijnbaar willekeurige boom en gaat eronder wachten. Bij een gebrek aan regenjassen besluiten Paul en ik ook onder een boom te gaan staan. Het regent aanzienlijk onder onze boom. Om toch nog even aan werken toe te komen, lopen we naar de boom van de herder om haar om een telefoonnummer te vragen waarop ze wel bereikbaar is. Onder haar boom aangekomen, blijkt dat de boom minder willekeurig is gekozen dan wij denken, het is er namelijk wél droog. Ze voelde blijkbaar geen drang om ons te wijzen op het feit dat het bij haar wel droog was. De grijns op haar gezicht zegt alles.
Daar staan we dan, onder een boom, met een schaapherder in regenjas en twee schapenhonden die zich regelmatig afschudden nadat ze een rondje door de regen hebben gerend. De herder vindt dit niet erg, ze heeft een regenjas en regenlaarzen aan. Zo’n harde regenbui is toch een soort van gemeenschappelijke factor en daarmee dus een prima onderwerp om over te praten met vreemden. Op een bepaald punt zegt de herder ‘tjsa.. tegenwoordig heb je zelfs van die mobieltjes waarmee je kan zien of het gaat regenen’. Ik denk even aan mijn Blackberry, maar besluit mijn mond te houden. Ik wil immers niet als een idioot overkomen. Gelukkig is Paul er ook nog en deelt hij even met de schaapherder dat mijn telefoon dat inderdaad kan. Ze zegt hier verder niets over, de grijns op haar gezicht zegt wederom alles.
Na een tiental minuten gaat het minder hard regenen. De schaapherder gaat onder de bomen uit en zegt als ze weer in het open veld staat: “Ja nu regent het onder de bomen harder dan hier buiten.” Paul en ik kijken elkaar aan en stappen ook onder de boom uit. Ik krijg op dit punt sterk het vermoeden dat die stille herder-mevrouw de grootste lol heeft in haar hoofd dankzij ons.
Na wat gebabbel vragen we hoe we het snelst bij de auto komen. Ze wijst richting een verhard pad en zegt dat we op het einde links moeten en dan alsmaar rechtdoor. ‘Pardon? Geen heuvels, bossen, wortels, obstakels en andere bossige dingen?’. Nee, gewoon het ene lange rechte pad aflopen en dan linksaf het tweede op. We vertellen haar hoe we bij haar zijn gekomen op de heenweg, en voilà daar is die grijns weer.
We spreken af later in de week terug te komen, met mooier weer, en gaan op pad. Onderweg denk ik nog eens na over zo’n baan als schaapherder. Ik zeg tegen Paul: “Volgens mij ben je als herder echt de ultieme Einzelgänger. Lekker heel de dag je hondjes achter schapen aan sturen, beetje de hei over drentelen, sarcastisch zijn en binnenpretjes hebben over mensen die niet gewend zijn aan bossen.” Paul denkt hier even over na en zegt: “Ja, volgens mij echt iets voor jou.”
Het probleem is dat hij waarschijnlijk gelijk heeft.
Net op het moment dat we bij de auto aankomen, begint het nog een keer hard te regenen. Ik gooi snel mijn spullen in de kofferbak, klop voor het fatsoen de kilo’s zand uit mijn broek en stap in. De volgende keer dat ik de herder ontmoet draag ik kisten.
Haha… ik lach me kapot. Ja het leven van een fotograaf gaat niet over rozen, zeker niet als de techniek je ook nog in de steek laat.
Hee, nu je toch zo’n mooie nieuwe site hebt, maak je er ook nog een rss-feed van, dan kan ik je toevoegen in m’n Windows Vista sidebar-gadget-blogroll-dinges.